Werkgevers die kampen met personeelstekorten kunnen daar iets aan doen door vrouwen in een deeltijdbaan ertoe te verleiden langere werkweken te draaien. Dat betekent wel dat ze die functies en de daarbij horende arbeidsvoorwaarden aantrekkelijker moeten maken voor vooral jongere vrouwen met een werkweek van meer dan twintig uur.

Zo’n 76% van de werkende vrouwen heeft een deeltijdbaan, tegen 27% van de mannen.Dat zegt Rob Witjes, hoofd arbeidsmarktinformatie en advies van het UWV. De uitkerings- en arbeidsbemiddelingsinstantie maakte eerder dit jaar bekend dat er dit jaar een miljoen vacatures zullen ontstaan, waarvan een steeds groter deel onvervulbaar is. Voor vier op de tien banen kunnen werkgevers momenteel geen geschikte kandidaten vinden. Tegelijkertijd is Nederland in Europa nog steeds kampioen deeltijdarbeid en zijn het vooral vrouwen die op deze manier hun brood verdienen.

Plakkende werkvloer
‘Er is geen glazen plafond, maar wel een plakkende werkvloer betegeld met kleine deeltijdbanen’, fulmineerde Barbara Baarsma, directeur kennisontwikkeling bij Rabobank, eerder deze maand in deze krant. Dit fenomeen draagt ertoe bij dat vrouwen veel minder vaak doorstromen naar topposities dan mannen en economisch minder vaak zelfstandig zijn.

Alleen al omdat 40% van de huwelijken voortijdig strandt — bij het ‘tweede nest’ ligt dat zelfs op 60% — is dat onverstandig. Maar ook de oververhitte arbeidsmarkt zou zijn gebaat bij een veel ruimer aanbod van vrouwen. Eind juli was er in Nederland een recordaantal van 251.000 vacatures, becijfert het Centraal Bureau voor Statistiek. Sommige werkgevers halen de raarste capriolen uit om zich op die krappe arbeidsmarkt nog te onderscheiden.

Grootste winst
Getalsmatig komt dat aantal openstaande vacatures op de kop af overeen met het aantal werkende vrouwen dat best meer uren zou willen klokken, maar van de werkgever niet de kans krijgt. Dat zegt op zichzelf weinig, want het CBS telt ook alle deeltijdbaantjes mee. Maar volgens Witjes valt bij die 251.000 direct beschikbare vrouwen wel de grootste winst te behalen. ‘De groep die tegen het CBS aangeeft langer te willen werken, bestaat grotendeels uit vrouwen, heeft een baan tussen de 20 en 35 uur en is jonger dan dan 35 jaar.’

De spanning op de arbeidsmarkt zou pas echt verminderen als een voltijdse baan voor vrouwen net zo gewoon zou worden als voor mannen. Van de vier miljoen werkende vrouwen werken er maar liefst drie miljoen in deeltijd. Bij de werkzame mannen is dat slechts 1,3 miljoen op 4,7 miljoen.

Moeder zit klaar
Witjes noemt dit een hardnekkige rolverdeling. Circa 25 jaar geleden was zo’n 10% van de werkende mannen parttime aan de slag en 68% van de werkende vrouwen. In 2007 werkte 22% van de mannen parttime en 75% van de vrouwen. In 2017 was dat opgelopen tot 27% respectievelijk 76%. Zelfs jonge vrouwen zonder kinderen werken vaker in deeltijd dan hun mannelijke leeftijdsgenoten, stelde het Sociaal Cultureel Planbureau eerder dit jaar vast.
Dat patroon is ontstaan in de jaren zestig van de vorige eeuw – toen werkgevers zich in een periode van bijna volledige werkgelegenheid gedwongen zagen dit tot dan toe vrijwel ongebruikte segment van de arbeidsmarkt aan te boren. Hij kan niet zeggen waarom Nederland in dit opzicht zo afwijkt van landen als Frankrijk en België, waar het veel gewoner is dat vrouwen een volledige baan hebben.

Columbus
Baarsma heeft wel een verklaring voor die culturele verschillen. In die landen zijn schooluren afgestemd op de werktijden van ouders en krijgen kinderen tussen de middag een warme hap op school. ‘In Duitsland en Nederland heerst toch de verwachting dat moeder met de thee klaarzit als de kinderen thuiskomen.’

De gedachte dat werkgevers zichzelf in één klap uit hun lijden kunnen verlossen door al die vrouwen een volle baan aan te bieden, is verleidelijk. ‘Maar het is een illusie te denken dat dit het ei van Columbus is’, zegt Witjes. Om te beginnen sluit hun opleiding vaak niet aan op de behoefte in de sectoren waar een groot tekort is, zoals de ICT, de techniek en de bouw. Er wordt al jaren geprobeerd meer meisjes die kant op te krijgen, maar erg hard gaat dat nog steeds niet.

Kindvoorzieningen
Paradoxaal genoeg zit ook de hoogconjunctuur in de weg. Als het economisch beter gaat, zijn werknemers minder bang hun baan kwijt te raken en daalt hun bereidheid om langer te werken. Zeker bij tweeverdieners is de noodzaak ook kleiner. Daar komt nog bij dat werknemers een betere balans tussen werk en vrije tijd steeds belangrijker vinden. Er blijft met andere woorden minder tijd over voor de baas.
Witjes ziet dit als een uitdaging voor werkgevers. Meer nettoloon kan vrouwelijke werknemers over de streep te trekken, maar ze moeten ook denken aan zaken als integrale kindvoorzieningen, mogelijkheden tot thuiswerken en flexibele werktijden. Het helpt ook om de functies zelf interessanter te maken, via extra verantwoordelijkheden en ontplooiingsmogelijkheden. Baarsma hamert eveneens op grotere flexibiliteit bij werkgevers.

‘Verlaag kinderbijslag’
Ook het kabinet-Rutte zegt dat het graag zou zien dat meer vrouwen meer uren werken. Toch komt het niet met dwingende maatregelen. Minister Ingrid van Engelshoven van Emancipatie laat het bij een oproep aan werkgevers in de zorg en het onderwijs — die deeltijders om roostertechnische redenen wel zien zitten — om meer uren aan te bieden.

Het kabinet belooft daarnaast langer werken voor de ‘tweede verdiener’ via de belastingen aantrekkelijker te maken en het geboorteverlof uit te breiden. Baarsma vindt dat nog niet ver genoeg gaan. De overheid zou vrouwen nog gerichter moeten prikkelen om (meer) te werken. ‘Verlaag de kinderbijslag en het kindgebonden budget en verhoog de toeslag voor kinderopvang en de inkomensafhankelijke combinatiekorting.’