Eigenaren van kantoorpanden krijgen te maken met de verplichting hun kantoren te verduurzamen met een energielabel voor kantoren. Dit gaat in stappen; naar verwachting moeten kantoren vanaf 1 januari 2023 minimaal energielabel C hebben. Om dat te bereiken, moet nog veel worden geïnvesteerd in de gebouwde omgeving. Er zijn verschillende mogelijkheden om deze verduurzaming met subsidies te stimuleren.

Naar Energie-index 1,3 of beter
Welk energielabel een pand heeft, wordt bepaald aan de hand van de Energie-index. Dit is een combinatie van factoren en berekeningen die de energetische efficiency van een gebouw uitdrukt. Hoe lager de de energieprestatiecoëfficiënt, hoe beter dus de energetische efficiency van het gebouw. Vanaf 2023 gaat waarschijnlijk de verplichting in om te kunnen voldoen aan een Energie-index van 1,3 of lager. Dit niveau wordt aangeduid met energielabel C. Kantoren die nu beschikken over energielabel D of hoger (een Energie-index van 1,75 of hoger) moeten dus worden aangepakt.
Uitstellen energielabel kantoren geen optie
Afhankelijk van de stappen die moeten worden gezet, moet dus in meer of mindere mate worden geïnvesteerd in het gebouw. Om vast een idee te geven: het blijft niet bij Energie-index 1,3 in 2023; vanaf 2050 moet de totale gebouwde omgeving energieneutraal zijn. Deze stapsgewijze invoering betekent dat uitstellen dus geen optie is. Het zou ook niet verstandig zijn, want door uitstel vallen alle investeringen op één moment; een financieel onaantrekkelijk vooruitzicht voor elke ondernemer.

Investeren met overheidssteun: de Energie-investeringsaftrek
Door de bank genomen kunnen kantoorgebouw-bezitters een beroep doen op verschillende subsidies om deze investeringen te verzachten. De Energie-investeringsaftrek (EIA) is daarvan een goed voorbeeld. Deze fiscale regeling geeft een netto voordeel van bijna 14% op energiebesparende maatregelen. In dit geval geldt wel dat, om voor de EIA in aanmerking te komen, er minimaal drie labelsprongen moeten worden gemaakt tot minimaal label B. Dus als bijvoorbeeld door een aantal investeringen een kantoor met energielabel E wordt verbeterd tot label B of zelfs A, dan kan een ondernemer daarvoor EIA aanvragen.
Regeren is hier dus vooruitzien; energieneutraliteit is het heilige einddoel voor de totale gebouwde omgeving (naar verwachting in 2050 dus) dus kantoorgebouw-bezitters kunnen maar beter alvast starten. Als er niet minimaal drie labelsprongen worden gemaakt of indien energielabel B niet wordt behaald, dan kunnen losstaande investeringen ook in aanmerking komen voor de EIA. Denk hierbij aan het plaatsen van HR++ glas, het verhogen van de isolatie en het vervangen van verlichting door LED-verlichting.

Andere subsidies
Er is meer mogelijk op het gebied van verduurzamingssubsidies. Zo kan bij een verregaande verduurzaming, waarbij bijvoorbeeld BREEAM-NL-, GPR Gebouw- of LEED BD+C-gecertificeerd wordt gerenoveerd, een beroep worden gedaan op de MIA, de Milieu- Investeringsaftrek. Via de MIA kan het netto voordeel oplopen tot maximaal 6,75% van de totale kosten van de renovatie. Voor het duurzaam verwarmen van een pand kan ook worden gedacht aan warmtepompen of een pelletkachel. Beide opties komen in aanmerking voor ISDE, de Investeringssubsidie Duurzame Energie. Voor het duurzaam opwekken van elektriciteit door middel van zonnepanelen kan de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE+) zeer interessant zijn. Het pand moet dan wel beschikken over een grootverbruikersaansluiting.
Doe het planmatig en vraag deskundig advies

Verduurzaming van een kantoorpand is dus een must – geen optie. En het kost ook geld, ontegenzeggenlijk. Twee redenen om dit zorgvuldig op te pakken. Waarbij de eerste stap is het inwinnen van deskundig advies omtrent de verduurzamingsmogelijkheden en de financiële consequenties daarvan. Inzicht van een subsidiexpert met expertise op het gebied van duurzame energie en energiebesparing in de gebouwde omgeving is daarbij een belangrijke duw in de goede richting.