ICT’ers kunnen voor hun R&D-werkzaamheden gebruikmaken van de WBSO-ICT. Een populair onderdeel van de ‘gewone’ WBSO-subsidie waarbij de beoordeling van de aanvraag – door abstractie van de software én de recent aangescherpte definitie van programmatuur – vaak streng is. Met de volgende vier tips kan een aanvraag beter worden voorbereid.

Tip 1. Zorg dat het ontwikkelen van (onderdelen van) technisch nieuwe programmatuur wordt uitgevoerd door uzelf of door één of meerdere programmeurs in eigen loondienst.
Een ICT-project komt in aanmerking voor de WBSO als er sprake is van ontwikkeling van technisch nieuwe programmatuur. Dit is het geval wanneer een programmeur technische knelpunten oplost met behulp van nieuwe code in een formele programmeertaal zoals Java of C++. Volgens RVO worden deze knelpunten altijd opgelost bij het omzetten van het ontwerp van de ICT-applicatie naar de daadwerkelijke programmatuur. De uren die een programmeur hiervoor maakt, totdat het werkingsprincipe van de programmatuur is aangetoond, kunnen in aanmerking komen voor de WBSO-ICT. Als u een externe partij inhuurt om het ontwerp van de applicatie om te zetten naar programmatuur, kunt u dus zelf geen aanspraak maken op de WBSO-ICT, de externe partij mogelijk wel.

Tip 2. Ga bij de ontwikkeling van programmatuur verder dan bestaande methoden en technieken
Stel, u wilt een nieuwe website of applicatie ontwikkelen en implementeert daar een bestaand systeem voor dat u vooral gaat vullen met content. De implementatie van deze bestaande software valt dan niet onder de WBSO-ICT. Ook niet als u nog geen ervaring hebt met het bestaande systeem. Gaat u dit nieuwe systeem implementeren, maar daar ook nieuwe programmatuur voor schrijven om het naar uw eigen hand te zetten, dan passen deze werkzaamheden mogelijk wel in de WBSO-ICT. Net als bij tip 1 geldt ook hier dat een programmeur technische knelpunten oplost met behulp van nieuwe code in een formele programmeertaal.

Tip 3. Zorg dat het technische element van het project nieuw is voor u
De innovatie hoeft niet baanbrekend te zijn om in aanmerking te komen voor de WBSO-ICT. U hoeft niet verder te gaan dan de state-of-the-art. Het moet daarentegen wel nieuw zijn voor uw organisatie. Dus stel: u ontwikkelt voor het eerst een koppeling met een slecht gedocumenteerd extern systeem. Dit soort werkzaamheden kunnen horen bij de WBSO-ICT. Het aanpassen van een eerder ontwikkelde koppeling om een nieuwe versie van uw ERP-systeem te ondersteunen vervolgens dus weer niet.

Tip 4. Maak de WBSO-aanvraag technisch gedetailleerd. U hoeft geen Jip en Janneke-taal te gebruiken (liever niet zelfs)
Juist vanwege de abstractie van veel ICT-innovaties is het belangrijk om de technische diepgang van de ontwikkeling goed aan te tonen. RVO kijkt bij de beoordeling erg kritisch naar deze technische gedetailleerdheid en –diepgang. Als dit bij het indienen van de aanvraag al goed inzichtelijk is gemaakt, scheelt dit naderhand veel werk. Maak in geval van een samenwerking, bijvoorbeeld tussen een holding en een werkmaatschappij, ook duidelijk welke partij welke ontwikkelwerkzaamheden verricht.